Wetgeving

Bouwwetgeving

KONINKLIJK BESLUIT VAN 7 JULI 1994 TOT VASTSTELLING VAN DE BASISNORMEN VOOR DE PREVENTIE VAN BRAND EN ONTPLOFFING WAARAAN DE NIEUWE GEBOUWEN MOETEN VOLDOEN

Dit KB schrijft noodverlichting voor, zowel in gebouwen onderhevig aan verbouwing als bij volledige nieuwbouw, waarvan de aanvraag is ingediend vanaf 01 januari 1998 voor lage gebouwen (LG), vanaf 26 mei 1995 bij hoge en middelhoge gebouwen (HG en MG) en vanaf 15 augustus 2009 voor industriegebouwen.

Het KB maakt onderscheid tussen veiligheidsverlichting en vervangingsverlichting.

[Quote KB 7 juli 1994]

"5.4 Vervangingsverlichting : kunstmatige verlichting die, bij het uitvallen van de gewone kunstmatige verlichting, toelaat bepaalde activiteiten op sommige plaatsen van het gebouw voort te zetten. 

5.5 Veiligheidsverlichting : verlichting die, bij het uitvallen van de gewone kunstmatige verlichting, de herkenning en het gebruik in alle veiligheid van vluchtmogelijkheden steeds waarborgt wanneer de locatie in gebruik is en die, om paniek te voorkomen, verlichting levert om personen toe te laten evacuatiewegen te herkennen en te bereiken.”

[Einde Quote KB 7 juli 1994] 

Voor de technische en functionele eisen verwijst het KB in de nieuwste vorm naar volgende normen: NBN EN 1838 (Toegepaste verlichtingstechniek – Noodverlichting), NBN EN 60598-2-22 (Verlichtingsarmaturen - Deel 2-22 : Bijzondere eisen - Verlichtingsarmaturen voor noodverlichting) en NBN EN 50172 (noodverlichtingssystemen voor vluchtwegen).

In de praktijk ziet de brandweer toe op het naleven van dit KB.

Wetgeving voor de veiligheid van de arbeidsplaatsen

1. Het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB):
Het ARAB: waaronder Art. 52. die ondermeer stelt dat de werkgever de nodige maatregelen -door de omstandigheden aangewezen- moet treffen (informeren, onderhoud, signalisatie, …). Dit om de veiligheid van alle personen (zowel personeel, bezoekers, klanten als andere personen) te verzekeren en zo nodig voor hun snelle en gevaarloze ontruiming te zorgen. Het brandbestrijdingsmaterieel moet o.a. voldoende gesignaleerd worden. En ook de elektrische installatie moet geregeld door de werkgever, zijn aangestelde of zijn afgevaardigde, onderzocht worden. De data van deze onderzoekingen en vaststellingen die tijdens deze vaststellingen worden opgenomen in een logboek, steeds ter beschikking.

2. Koninklijk Besluit van 17 juni 1997 betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk:
Wat het K.B. veiligheidssignalering op het werk betreft, is het de werkgever die de nodige maatregelen treft dat de werknemers een passende opleiding krijgen, inzonderheid in de vorm van nauwkeurige instructies. Deze opleiding heeft in het bijzonder betrekking op de betekenis van de signalering, op te volgen algemene specifieke handelswijzen en te nemen maatregelen.

Daarenboven moet de veiligheidssignalering op het werk doeltreffend zijn, waaronder verstaan is dat: het ontwerp correct is, er voldoende signalisatie op de juiste plaats aanwezig is, alles goed onderhouden is (zowel het pictogram als het armatuur bedoeld voor de aan-/uitlichting ervan).

Verder kunnen er steeds specieke KB's zijn, waaronder voor: rusthuizen, ziekenhuizen, serviceflats, hotels, stadions etc. Hiervoor kunt u contact met ons opnemen in verband met uw specifieke project of omgeving.

#